Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
doorbrengen 3. De wijze zal zich over® het geluk zijner vrienden
evenzeer verheur/en^*'^ als over zijn eigen. 4. Och ^ mochten®®'"
de meesten (N.B.) in staal zijn^ groote werken tot stand te
brengen®! 5. De ziel' zal, gelijk Pythagoras zegt, (als) onster-
felijk en eeuwig jong^'^ omhoog vliegen", maar' het lichaam zal
sterven. 6. Zoet als honig(= zoeter dan honig) vloeiden + de
woorden (sing.) van (= uit) Odysseus' lippen (= mond), want
de muze goot + hem zoeten nectarin den mond. 7. Toen *
Xerxes had gehoord+ , wat (pl.) Mardonius beloofd had+'®,
verheugde hij zich + en hij zeide, dat hij zou (fut.) antwoorden,
na* (eerst) overwogen te hebben+ of" hij zou blijven®" of" naar
Azië terugtrekken'®. 8. Demosthenes zegt in zijn rede over den
krans-'': de goede gezindheid, die de echte burger op ieder oogen-
bliken bij elke daad moet (Isl) bewaren, zult gij bij ^o mij
altijd onveranderd vinden-®'-'. 9. Geheel {tvhttxc) Egypte was
in 22 twaalf deelen verdeeld.
1 door o^e'iKu. 2 T^cpxó:. ® ó XlKovroi;. * óVr/r. ^
® STTt c. dat. ^ £( yeip. ® sfc'? ré si/jLi. ® s^-spyx^ofixi. i" xyt^puc.
11 door het fut. van oixoi^xi c. part. aor. (Reg. 38). 12 to fiéxi.
1® TO véxTxp. KXTX c. geil. s%-x'/'y£'>sXo(j.xi. 1® (3ou?.suco M.
TTÓTspov — üi. 1® XTr-sXxvvcc. 1® ó xxipó:. 20 .^ixpx C. dat. 21 door
't part. pf. van j^fi/«. 22 door den acc. ^^ohy-xi.
89.
1. Als®''® gij slechts''' dat voor 't uwe houdt+, wat (werkelijk)
het uwe is, zult gij uw leven tot 't einde toe in vrede doorbrengen.
2. Zal den lichtzinnige 1 't geld niet als water door de vingers
gaan (= vloeien) ? 3. De hoop gelijid op 2 een droom en zal, even-
als zij tot u kwam gevlogen, ook (weer) wegvliegen. 4. Goede
menschen zullen zich over het geluk hunner vrienden niet
minder verheugen'•*'' dan over hun eigen. 5. Wie zou een slecht
man dank schuldig (willen) zijn + ? 6. De door de inwoners van
1 pxbülj.oi (2). 2 oij,cii: Si/jl.1.