Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
Cyrus volwassen was + , werd hij door zijn vader Darius (als)
satraap naar Lydië, Cappadociê, enz. gezonden + en (tot) aan-
voerder van allen benoemd+, die (aVo?) zich (gewoonlijk) in de
vlakte van Castôlus verzamelen
2 xèpoi^ofMi.
a^spcaxM, 3t5a3X(o, «Tco-ScSpaaxo), |i.t[ji.vi^ax(o, '(Lynit^xo),
ïttpcóaxo), xtxpaajto).
77.
1. Herinnert u'®'', daar* gij menschen zijt, uw gemeenschap-
pelijk' lot. 2. Hoe aangenaam (is) het voor hen, die* gered
zijn+, zich de (doorgestane) moeiten te herinneren! 3. In (het)
ongeluk (pl.) zal men een waar vriend leeren kennen (= zal
gekend worden). 4. Wees een bewezen dienst gedachtig (= een
weldaad ontvangen hebbende+) en vergeet + de bewezen weldaad
(= bewezen hebbende+). 5. Alwie zich bewust is'" zijn eeden
geschonden te hebben[dien] zou ik nooit gelukkig kunnen®'"
prijzen+ ; immers hoe zou hij den toorn der goden kunnen®'"
ontvluchten + ? 6. Dit is mijn overtuiging (= ik heb dit over-
wogen), dat, zoovelen als op elke wijze ^ hun leven trachten ^ te
behouden in oorlogstijd"', [die] meestal (fV) to woXu) op schandelijke
wijze sneuvelen, maar (Si) zoovelen als weten®, dat de dood aan
allen gemeen is en (§f) wedijveren® om ^ op een eervolle wijze
(KxXüq) te sterven, [die] zie'" ik soms® eerder (= meer) op hoogen
leeßijd (-yyjpxg) komen en in gelukkiger omstandigheden'^ verkeeren'",
zoolang®*'" ze leven. 7. Dionysus was + (de) uitvinder {s-jpsTvtg)
van den wijn en leerde + den menschen het planten" van den
wijnstok'2. 8. De muzen beroofden + ïhamyris, die* met haar
' Koivóq. 2 xxytbivóc. 3 f^xffTsóu. '' êx, TT. TpoTTOu. ® (loor ytyvucTUcc.
® a.yccvi'^oi/.xi. ' vert.: wedijveren in {nspi) het eervol (= schoon)
sterven. ®comp. van 't adverb. S/iy«. " ^vTtix.
'2 ij aijt-TreKcq.