Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
meer door'® goud dan door de wapenen zijn koninkrijk had
vergroot. 7. Zij, die* de waarheid zeggen, zullen door de
dwazen gehaat worden; de vleiers*'^ evenwel zullen (bij hen) in
gunst staan'®. 8. Als* gij bij'® al uwe daden uw verstand^o
gebruikt'^", zult gij niet dwalen. 9. In gevaren behoort2' de
veldheer niet te slapen+. 10. Voor Tanlalus wijkt^^ 't water in
den Hades, wanneer®*"» het hem ziet®" naderen11. Van Draco
was deze wet: hij, die* zich schuldig heeft gemaakt + aan roof
of diefstal moet met den dood gestraft worden 2®. 12. Kom +
morgen 26 bij mij!
c. gen. KO^xxsóa. s];/.!. iv. 20^ xéyoi;.
2' XP''^- ^^ 7rpö(j-£if/,i (eïf^i'). 23 ^ xpirxyv^. 24 ^ yxoTril^. 25 Imperat.
van i^ij(/.lóofixi. 26 xupwv.
71.
1. Gij zijt een mensch eii dat menschen dwalen + (is) natuur-
lijk'. 2. Tweemaal dezelfde fout te begaan (= hetzelfde te mis-
doen +) past niet voor (= is niet van) een wijs man. 3. "Wie®®
zijn verstand in alle omstandigheden (= zaken) laat meespreken
(= gebruikt), zal nooit een misslag begaan. 4. Hij is mij 't meest
gehaat, die anders denkt dan hij spreekt (= (iets) anders op
de tong heeft, (iets) anders in den zin). 5. Stapelt geen talenten
op (ïV/) talenten, want slechts met®'" één obool zult gij in den
Hades komen. 6. Hoe kan®®" een veldheer slapen+ , als®" zijn
soldaten in gevaar verkeeren? 7. De Spartanen kwamen een dag'®
later aan+, toen®" (n.1.) de slag bij Marathon (reeds) geleverd was+ 2.
8. Artaxerxes bemerkte +1®"^ den aanslag van zijn broeder niet,
ofschoon ®® Tissaphernes hem medegedeeld had (= zeggen) ®,
dat Cyrus tegen hem iets in 't schild voerde''. 9. Toen®-* Tissa-
phernes bemerkte ®" + , dat in Milete eenige burgers tot Cyrus
wilden (= zullen) afvallen , liet + ® hij sommigen dooden +, an-
deren verbande hij + 10. De macht ^ van Philippus in Macedonië
nam, meer toe+ door geld dan door wapengeweld (= wapenen).
' shi;. 2 ylyvofaxi. ® sIttcIiv. 4 sTri-ßouKeuo} rivi. ® keKsvu.
® SK-ßxKKM. ^ ^ ßx(TtXsioi.