Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
67.
DE SLAG BIJ MARATHON (490 V. G.) *).
Toen * de.A. Atheners tegen de Perzen (Mi^Sa/) optrokken +,
werden zij opgesteld + in het heilige woud van Hercules. De^
Plataeërs, die * duizend zwaargewapenden zonden +, versterkten +
hun macht. Over den/v rechtervleugel voerde de opperbevelhebber
Callimachus het bevel; het was n.1. een gewoonte bij (= voor)
de Atheners, dat deze den rechtervleugel aanvoerde.
Plataeërs werden opgesteld op {— hebbende) den linkervleugel.
OpdatA. (nu) het leger gelijk zou zijn (opt.) aan 't leger der
Perzen, werd hety^ centrum in (fV/ c. acc.) dunne gelederen
opgesteld +; de^ beide vleugels (echter) waren door een groote
menigte versterkt. Toen (nu) alles geregeld was en de
öfters gunstig waren, rukten dé Grieken in stormpas op {sU) de
barbaren los. Er waren^ (echter) tusschen de (beide) legers acht
stadiën (afstand). Toen* de^ Perzen (nu) zagen, dat* de Grie-
ken in stormpas kwamen aanloopen, maakten zij zich gereed tot
den slag. Ze hielden 't er voor^^, dat mannen, die* in stormpas
oprukten, zonder ruiterij of boogschutters (= noch r. noch b.
hebbende) krankzinnig waren+.
(De) Atheners>\. vochten, nadat (fVf/) zij met de barbaren
handgemeen waren geworden+ , vol dapperheid en moed. Het
eerst>^ van alle Grieken, die wij kennen, rukten zij in stormpas
op de vijanden los, het eerste vochten zij tegen (dativus) mannen
in perzische kleederdracht (= in perz. gewaad gekleed). Tot
op dat oogenblik (= tijd) namelijk was (alleen) de naam van
*) In dit opstel is door het teeken aangewezen, dat men gebruik moet maken
van de woordjes ^ttv of Sé, die wij dikwijls niet kunnen weergeven. Ze worden
zoo veel mogelijk vooraan (echter niet op de eerste plaats) in den zin of het zinsdeel
gezet. Als ze in onze taal geschikt kunnen worden weergegeven, is het woord,
dat aan Sé beantwoordt, tusschen haakjes geplaatst om verwarring te voorkomen.
])c ouden waren meer geneigd 't logisch verband der zinnen uit te drukken dan
wij (denk aan de lat. woordjes ciüni, auleni, aan 't gebruik van 't relat. in't begin
van den zin, enz.).