Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
was, bevroren de rivieren; nu is 't ijs' gebroken +. 5. God deed
den stroom bevriezen+. 6. De wijn openbaart®® 's menschen
geest. 7. Water en vuur zullen nooit verbonden worden; wel hebben
zij reeds vele menschen in het verderf gestort. 8. Als gij niet"***
past op het geringe (pl.), zult gij het grootere (pl.) verliezen.
9. De tong stort velen in het ongeluk®®. 10. Heeft ^ de rechter
niet gezworen, dat hij recht zal spreken®' volgens" de wetten?
11. Rhadamanthus is om (§/«) zijn rechtvaardigheid tot rechter
benoemd in de onderwereld ® en scJmdt * de slechten van de
goeden. 12. De Atheners zeggen, dat Erichthonius het eerst
paarden (voor den wagen) spande+. 13. Palamedes werd door
Odysseus in het verderf gestort+. 14. Toen ^ bij Thermopylae
de lansen der moedige Spartanen gebroken waren, hieuwen
zij de Perzen met hunne zwaarden neder+ 15. Themistocles
was van oordeel, dat, als het Ionische volk zich losscheurde +
(opt.) van het Perzische, de Grieken gemakkelijker over de
Perzen zouden^ heerschen'®"'. 10. Toen* Alexander gevraagd
werd + , waar hij zijn schatten had®-'», wees hij*+ naar zijn
vrienden (en) zeide: zie daar! (= in dezen).
' ó icpwTxXXo:. 2 ïjj te leiden door xpx. ® '' ^ix-aplvco.
^ gen. abs. ^ ^i-epyx^of/.xi. ^ opt. fut.
05.
1. Toen** de bruggen door' den storm waren gebroken+ ,
keerde de koning in een bootje® naar Azië terug 2. Toen**
er een storm op zee ontstaan was + '', werd 't schip van Odys-
seus verbrijzeld + ® en zijne metgezellen ® kwamen allen om +.
3. Zij, die* met de goden in den slag gaan, zijn zeer sterk
4. Als ® gij de waarheid niet zegt +, is de (band der) vriendschap
verbroken. 5. In den winter zijn de stroomen bevroren en (liggen
' v'ïï-ó c. gen. 2 xofil^of^xi. ® TO (7Kx>pog. '' yiyvofixi. ^ Kxr-xyvuf^i.
0 sTxïpog. door een partic. ® Ixv.
2*