Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
63.
1. Met'-'^ denzelfden ademtocht' kunt gij een vlam (= vuur)
aanwakkeren + ^ en uitblusschen +. 2. Zorg er voor, dat®'' gij niet
slechts wat uw lichaam, maar ook wat uw ziel betreft® gesterkt
wordt. 3. De Grieken dronken den wijn met water gemengd'-*''.
4. In Thymbrion ®, eene stad van Phrygië, bevindt zich aan
den weg eene bron'', welke®® de (bron) van Midas heet; Midas
n.1. zou daar (= bij deze) Saturos gevangen hebben + , door-
dat®"* hij haar met wijn vermengde+. 5. Toen®® de Achaeërs uit
Troje wegzeilden, brak^*^ een storm /05" en (deze) verstrooide de
schepen. 6. Pythagoras van Samos droeg^ een wit ® kleed.
7. De tyran Dionysius liet boven het hoofd van Damocles een
zwaard aan (êy.) een haar ophangen^. 8. Met Darius Codomannus®
stierf 't geslacht der Achaemeniden uit {= ging uit). 9. De stad
van Alexander in Egypte was zeer sterk 10. De menschen
zwoeren + bij^ alle goden en godinnen. 11. De helden staalden
van jongs af hun lichaam (pl.) en gebruikten matig ® voedsel.
12. Achilles gaf last+ voor de afgezanten der Achaeërs een
grooter mengvat neer te zetten + en den wijn met weinig water
te mengen+.
' TO Trvsüficc. 2 xvx-Kxcc. ® TO @ófil3piov. 4 ^ ■jTviyy). ® Kewóc.
^ vert.: met {(tüv) den gestorven + D. '' part. pf. als adi. ® //-érptoi;.
^ Reg. 8d. -TTxpoi. c. acc. ^^ i'n-i-ylyvofixi. ^^^itpsua.
Verba op -vofJit met coiisonaiitslamiiieii.
64.
1. Xerxes beval + een brug over den Hellespont te slaan
2. Zij maakten + twee bruggen; toen** de bruggen gemaakt
waren, rukte een hevige storm alles uiteen+. 3. Velen werden
verstrooid+ * (en) kwamen op de vlucht om+. 4. Toen** 't winter