Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
meer door uwe daden dan door uwe woorden4. Een bestuur-
der betoone zich een voorlrelTelijk {= goed) man. 5. Zij, die*
naar te groote (comp.) (dingen) strevenstorten dikwijls zich zelf
in 't verderf. 6. Alle burgers zweren, als* zij volwassen® zijn
geworden+ , dat zij noch-*" hunne wapens zullen onteeren''',
noch het gelid verlaten, maar (lè) dat zij het vaderland zullen
verdedigen'"*". 7. Pythagoras beval ^ zijne leerlingen maar zel-
den'° een eed af te leggen {= te zweren). 8. Socrates toonde®"
hun, die* (met hem) omgingen, dal hij een voortrell'elijk'' (man)
was. Hierdoor zullen wij ons zei ven 't meest bevoordeelen ®,
als wij toonen®, dat wij de anderen weldoen. 10. Zeus verstrooide
de wolken en maakte den hemeP" weder zichtbaar (= toonde).
® '' KtXT-xi(Txüvw. ® ivxp-ccyyk'k'kai. " (TTTXviai:. ^ nxXo?
xxyx^óg. ® fiéyiiTTov euspysréco ri tivx. ® sTci-'hsix.vui/.i sfyi^xuTOv oti.
»J xl^pix. ^^ h-'hsMVVIM.
61.
1. Toon uwe welwillendheid ten opzichte van de menschen
door'-^ daden, niet®-* door woorden. 2. De wijze man streeft er
niet naar' (om) zijn wijsheid uit te kramen. 3. De roem der
deugd kan, ook als®"» iemand gestorven is, niet verloren gaan
4. Met olie'" kunt gij vuur niet uitblusschen. 5. De wijn ver-
sterkt het lichaam, als"'® hij met water vermengd'-"* wordt.
6. De Grieken ptaehten den wijn met water te vermengen. 7. Py-
thagoras verbood2 zijne leerlingen bij de goden te zweren"''.
8. Mijd (= vlucht) den eed, ook als®"» gij rechtvaardig zweert.
9. Overal ® in Griekenland bestond de wet, dat de burgers
moesten zweren eendrachtig te levenen overal zwoeren zij dien
eed. 10. Aan ieder, die®-* in Sparta bij de gemeenschappelijke
maaltijden ^ binnenkomt ®, wijst de oudste ^ de deur met de
woorden (= zeggende): „door deze gaat geen woord naar buiten."
' = streeft niet naar het uitkr. ^ ax-xyopsua i^v).
C. gen. ^ óf^ovoêo). ^ TO Tutni^viov. ® e"iiT-ei/M. ^ TrpstTjSv?.