Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
felijk zijt, (mijn) beste, denk (dan) ook als een sterveling^'^. 13 Er
was een wet bij (= van) de Atheners: hij, die* zijn ouders
niet-*" onderhoudt of geen-*" huisvesting'^ en de (noodige) levens-
middelen verschaft {rxpsxco), moet eerloos verklaard worden
(= moet zijn). 44. Socrates sprak met zijn omgeving''' * over (de)
vriendschap. 15. Wij behoeven geen dapperheid, als ® we allen
rechtvaardig zijn.
ävT^TX (ppovèco. omyiUk;. ''' door (róv-ei,ui. xP'il^^-
53.
4. Daar-''-* gij sterfelijke menschen zijt, moet gij niet over-
moedig ® zijn (= weest niet). 2. De dwaas zal overmoedig zijn,
als'-* hij gelukkig is. 3. De dwaas lacht, ook als''^" er niets te
lachen is (= iets niet belachelijk' is). 4. Als gij alleen zijt,
denk+ en ^ doe+ (dan) niets kwaads. 5. Moge*"' God mij
genadig zijn en mij ingeven (= in het gemoed leggen), wat ik
moet doen en wat niet. 6 Neem u in acht*"" voor lasterpraatjes
ook als ze waar schijnen7. Zegt niet, wat gij vroeger waart
of eens zult zijn, maar wat gij nu zijt. 8. Gij hadt [toen] moeten'
spreken, toen 't tijd was; zwijg nu (maar)! 9. De soldaat moet
voor zijn veldheer meer vreezen'*'" dan voor de vijanden. 40 So-
crates bracht door zijne leer® hun, die* (met hem) omgingen,
groot voordeel aan (= bevoordeelde*"' zeer veel). 44. Critias en
Alcibiades waren leerlingen van Socrates.
' "yeXoloc. 2 — _ _ _ jWj^Sév. j? '' 0xivofx,xi.
® ^ TxpxivsTic. fi ■jTrsp'Ji<pxvoc (2). ' ê'xpiüv = oportebat.