Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
maat te houden'^, maar in moeilijke omstandigheden^kon hij
zich moedig betoonen {= zijn). 4. Arm zijn zij, die®® den rijkdom
niet weten te gebruiken'-'". 5. Wat helpt ons de rijkdom, als"-''
wij hem niet goed weten te gebruiken? 6. Hoe zou een oprecht
karakter in staat zijn onrecht te doen? 7. Wat (pl.) gij weet,
onderhoud® dat door oefening''. 8. Wie zou een leugen waar
kunnen maken? 9. Toen®"* Alexander Thebe veroverd had + ,
verkocht hij+ alle Thebanen behalve de priesters en de nako-
melingen van Pindarus, dien hij als een god bewonderde.
2 ircc'ppovéco. ® CpuKOiTTM. x'l fiSXSTXi. ^ TX ^sivd.
st|j.t en composita, xp>j.
52.
4. Als er goden zijn, (dan) zijn er ook werken'' van goden.
2. Wien de goden welgezind' zijn, beduiden ^ zij, wat
men behoort te doen en wat niet. 3. Elk woord schijnt een
ijdele klank (= iets ijdels), als-''^ 't niet met daden gepaard gaat
(=r afwezig zijn). 4. 't Moest nooit (oü — ttsts') (voorkomen), dat
de tong meer macht heeft^ dan de daad. 5. Laat (opt.) mij
een man geen vriend van (= voor) (de) tong zijn, maar wel
van (de) daad''. 6. Wees standvastig ^ en ga met standvastige
menschen om. 7. Weest matig® als* gij gelukkig zijt, en'als*
gij ongelukkig zijt bezonnen 8. Wij zullen zelf beter zijn, als* wij
naar ons vermogen (= zoo goed mog.) voor onze kinderen voorbeelden
willen zijn. 9. Zeg niet^-*, wat^"* gij vroeger® waart, maar wat
gij nu zijt. 40. Als"-® gij leergierig (<pi?.o//,xö>i?) zijt, zult gij
een zeer geleerd man'^^ worden. 44. Het is noodig, dat elk zich
hierop toelegt om-® zoo wijs mogelijk te zijn. 42. Als gij ster-
' "kscoc. 2 Trpo-uvii^xivu. ® '' to spyov. ^ j3f/3«/sc. ® fiSTpiog.
^ <ppóvtfio?. ® Trpérepov. ® ixv. 7ro>,vfyt,x^yi?. " 7rxp»-Tx.eux^oi/.xi ri.