Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
/lO
«Y^fJ-ai, S'jvajjiai, £::i3-ajj.at, -/tpsixapiat.
50.
1. Weet de wisselingen' der fortuin wakker^ te dragen.
'2. Hij (= deze) zal wel de verstandigste zijn®-'*'', die (= alwie)
de rampspoeden het waardigst ^ kan {'Sóvxi/.xi) dragen. 3. Een
rechtvaardig man is niet hij, die * geen ^ kwaad doet, maar wie
(= alwie), als * hij kwaad kan doen, (het) niet'' wil. 4. Rijk te
zijn^ (= het r. z.) helpt''*" den menschen niets, als® zij den
rijkdom niet weten te gebruiken. 5. De gouden vacht'' was in
Colchi ® opgehangen aan (in) een eik, en (Bé) werd bewaakt door
een draak. 6. De Aegineten ® vermochten + vóór de perzische
oorlogen zeer veel bij (êv) de Grieken; zij hadden namelijk (de)
grootste zeemacht" in Griekenland. 7. Men zegt, dat (dicltur)
Croesus Solon ten zeerste''^ bewonderde+. 8. Clearchus was een
balling uit Lacedaemon; met dezen had*+ Cyrus een samen-
komst '■»<• (en) hij schatte hem hoog + en gaf + hem 10.000
darieken ; hij besteedde + dat geld (voeg er bij: Kxßuv) echter
niet om'® een gemakkelijk leven^^ (te leiden), maar voor'® dat geld
verzamelde+ * bij een leger (en) vocht'-"' tegen de Thraciërs.
9. Eene Lacedaemonische (vrouwY^, die* verkocht werd^o^ zei tot
iemand, die* vroeg: „wat kunt (= weet) gij?" — „Een huis
goed besturen."
' (/.eTxßoXvi. 2 ysvvxiuc. 3 ,io<rfiiuc. '' /z-^. 5 t^xoutscc. ® èxv.
7 TO o'l KÖXXOl. ® O AlyiVtÏTij:. iv. " jJ VXUTtWt
Buvxfiic. 12 la-xvpüc. 13 (Tuy-ylyvof^xi. i"* o Bxpsixé?. i® door fV/ c. acc.
1® ptjiSrvf^lx. door rpsttof^xi M. i'^ xttó c. gen. i® >5 Axnxivx,
20 TTWAf«.
51.
1. Weet gijl. de wisselingen der fortuin wakker te dragen?
2. Als-'»'* gij gelukkig zijt, wees dan bescheiden, opdat®«" gij ook
het ongeluk kunt verdragen. 3. Agesilaus wist in het geluk' (pl.)
1 ^ svTrpx^ix.