Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
richtten voor Socrates een metalen standbeeld op. 9. Wij
menschen bevinden ons allen op een post'' en ieder moet blij-
ven, waar[heen] God hem ook heeft geplaatst'2. 40. Velen vielen
van den koning af + en kwamen + tot Cyrus, daar die
(naar hunne meening) welwillender was. 11. Brave burgers
houden vastaan de bestaande * (staatsregeling). 12. Doe uw
paard op 't rechte oogenblik " stilstaan, opdat 't niet kreupel
worde en struikele'^. 43. Toen** 't vaderland in gevaar was,
riep*+ de koning het volk te zamen (en) zeide: de vijanden
omringen ons van alle kanten ; welaan 2', rijst op +, gij allen,
die het vaderland lief hebt! 14. De Atheners hadden de hege-
monie''''^ over Griekenland. 15. Staat op, knapen: de morgenstond
lieeft, zooals men zegt, goud in (den) mond. 16. ï]en zeker
wijsgeer zegt: de wereld wordt omslingerd door den band der
liefde (= houdt stand door de 1.).
artikel. " sv af^ci. '2 xv na 't relat. (aor. coni.).
'3 ^A&sv. cic c. part. sfi;/,£vu Tivi. neutr. plui'. h xxipx.
'3 5A/o-Sav«. ^^^ ttxvtxxÓ^IV. xXKoi. 22 pj^gq pj' 23
c. gen. 24 (5 x.óiTfioc.
övtvijjjLt, xiiJ-Tzpr^ixi, ?v5|JLt.
48.
1. Pindarus zegt: (het) beste (is het) water. 2. Alwie zoo
dwaas is, dat®'-' (hij) oorlog boven' vrede verkiest, dien noe-
men {^niJ^i) wij een krankzinnige*. 3. Alsiemand (eens)
niet op het geschikte oogenblikhet noodzakelijke^ (pl.) gebruikt,
zoudt gij (dan) niet met recht'^ zeggen: hij verslijt® zijn mantel®
in (den) zomer? 4. De rechtvaardigheid bevoordeeltde men-
schen zeer. 5. De slechtheid vervult®® het hart (= zielen)
der men.schen met smart en berouw''. 6. Volgens de sage (= zij
' xvt'i c. gen. 2 y,xra. Kxipóv. ^ dvxyxxïoc. ^ ehorüc. 5 yMTX-rpißu.
® >5 X^xïvx. ^ )} ix,sTXiJt,sXsix.