Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
hij: „ééne ziel in twee lichamen [neergelegd]." 8. Toen * Apel-
lgg2o gevraagd werd + , waarom hij Fortuna 22 zittend schil-
derde 23 + ^ zeide hij: ze kan immers niet staan (= staat
immers niet).
20
« 'ATTf AA)??. 21 22 ^ Tü^jj. 23 ypx^M.
u.
1. Alles ie begrijpen' ligt zeker 2 buiten de menschelijke
natuur. 2. Gehoorzaamt aan de bestaande wetten! 3. Voor hem,
die=" in den slag de gelederen verlaat +, worde de dood als straf
bepaald. 4. In den Hades zaten twee rechlers, Minos en Rhada-
manthus, die over de dooden * recht spraken. 5. Odysseus zeide
tot Thersïtes^, die-^^* in de vergadering'' tierde^ en raasde®:
zit (stil) en hoor'®" naar de woorden van anderen, die beter
zijn dan gij! 6. Nadat-" Croesus zijn zoon Atys begraven had^+,
verkeerde (= zat) hij twee jaar (lang) in diepe (= groote)
smartgedachtig^ aan'®«" de voortreffelijkheid'" van den afge-
storvene. 7. Toen-'''* Darius door de Atheners in den slag bij
Marathon overwonnen was + , was hij zeer vertoomd^^ op hen.
8. Aan den voet van '2 den Olympus lagen de steden Methone
en Pydna'''.
^ (7uv-i>jfii. 2 Regel 23a. '^'0 (dspairvic. ^ ay.KXviiTix. ^xpa^wN.!?.
^^opvßeco. SrccTTTü}. ^ vj XX/TTVI. [jt.ei/,v>ifisvoc. >5 «pfTjj. "
^ix-netfixt Tpós Tivx. '2 j^t. {sub monte). " >5
vj nó^vx. ^ Tx^tc (sing.).
2*