Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
De overige tijden van Ö3-ijjJ.'..
41.
1. Op' het spreekgestoelte2 staande spreekt hij tot het volk.
2. Men moet de tegenwoordige omstandigheden Ijlijmoedig ^
dragen. 3. Als* gij tot bestuurder zijt aangesteld+ , moet'' gij
geen'-* slecht mensch voor ^ de financiën nemen (= gebrui-
ken '■). 4. Naar ^ men zegt (= zij z.), staat Tantalus door dorel
gekweld (= dorst liebbende) in een poel ^ van den Ilades. 5. Het
eiland Delos dreef eerstrond {= was dwalende"), maar'^^
toen ** Poseidon zeide: „blijf s{aan+, eiland", stond het dadelijk
(stil). 6. Het was bij de Atheners van oudsher de gewoonte
aan 't hoofd van de Grieken te s/aaw'^«'. 7. Tot Diogenes, die*
op de markt het morgenmaal gebruikte ^^, zeiden de omstanders*
onophoudelijk i®: »hond"; neen (= maar) gij, zeide hij zijt
honden, die mij omringt, terwijl* ik aan 't ontbijt ben^^. 8. Ari-
aeus'^, zei>^ Clearcluis, zal weldra afvallig geworden zijn, zoodat-"
ons geen enkele vriend zal zijn overgeblevenmaar ook de
vroegere vrienden ons vijandig zullen zijn
1 fV/ c. gen. 2 j-g ß^jfix. 3 xou:piic. imperat. ^ tt/joV c. acc.
^ vj S;o/>c)}(7/?. ^ c. dat. ^ w?. ^ >} /.ifivy^. to trputsv.
^^ TTXTptos. '''dativus. '^«p/o-r««. a-uvf^w^.
ÊCptj. 5 "Apixloc. Xehojjixt P. o'i TrpótrSrsv .... ovrec.
s<Tovrxi. 22 xütIxx.
42.
4. Wie-"'-'' over anderen is aangesteld'®'', moet zich zelf beheer-
schen'®''. 2. Wie-'-^ aan H hoofd van een staat wil staan, moge®-"'
eerst' aan 't hoofd van zijn eigen huis (leeren) staan. 3. Hel
is de plicht van den burger aan de overheden * te gehoorzamen.
4. De overheidspersonen*, die-''-' aangesteld zijn (om) de
1 WpÓTSpOV.
HECK, Gfielisclie oefeiiingp.n, 'ie deel. 3