Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
God geschonken zijn. 12. Als"'^ gij iemand iets geeft, reken
(dan) niet op dank (hoop niet, dat u dank gegeven wordt).
13. Geef en u zal gegeven worden. 14. Een goed mensch zou
't vaderland nooit kunnen verraden+.
tozTjiK'. en composita.
Praesens en Iniperfectnin van het activnni.
35.
i. [De] ledige' zakken ^ blaast de wind op, [de] onverstandige ^
menschen de hoogmoed (= het='® hoogmoedig zijn''). 2. Men zegt
(= zij z.), dat de armoede de menschen ten opzichte van ^ de
kunsten geschikter maakt. 3. Als gij anderen wilt opvoeden,
stel dan uw eigen bezonnenheid (tot) voorbeeld voor de anderen.
4. Vrienden van elkaar (= van vrienden) afvailig te maken
past niet voor (= is niet van) een braaf man. 5. De Lacedae-
moniërs stellen de geronten aan uit hen, die (= uit de) van'®
hun jeugd tot aan hun (= den) ouderdom bezonnen [en]
(waren), ü. Themistocles zeide, dat het zegeteeken van Miltiades
hem ® uit den slaap ® (pl.) hield 7. In den peloponnesischen
oorlog richtte één man, (n.1.) Pericles, Athene op. 8. Als (èxv)
men (ris) de trapganzen"» snel opjaagt, is 't gemakkelijk (ze)
te vangen.
' xevói. 2 3 iXTKÓs. ^ miviroc. ^ f^éyoc (ppovsu. ^ Trpóc c. acc.
Sf/vaV. ^ ccc. ® Refl. ® o uttvo::. )5 uri: (§) Qovc !).
3(>.
1. Wij steUen wetten in, opdat^"« allen er aan gehoorzamen,
niet, opdat zij die overtreden. 2. Pas op®, dat^®'' de zucht
naar winst ^ u niet van den weg der gerechtigheid ® (= van
de ger.) afbrengt"". 3. Doet den levenden wel"", want de