Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Praesens en Iniperfectiini van het medium en passivum.
29.
1. Eiken dag'^ worden ons door (de) godheid ontelbare'
gunsten (= goederen) verleend. 2. Niets van 't goede (pl.) en
schoone (pl.) kan^®" zonder inspanning en zorg door de goden aan
de menschen verleend worden. 3. Men behoort moedig te dragen,
wat ookdoor de godheid worde gegeven. 4. Men moet het
door 2 de goden toegedeelde (= gegeven) lot dragen. 5. Elk^
geschenk, is 't ook gering, is zeer groot, zoo * 't met wel-
willendheid gegeven wordt. 6. De weldoener* wordt dikwijls
(met) ondank (= slechten d.) betaald. 7. Er was een wet van de
Atheners: aan den overwinnaar + * in de olympische spelen ®
moeten ® 500 drachmen gegeven worden. 8. Het eerste teeken
tot den strijd werd bij (= aan) de Lacedaemoniërs met de
fluit gegeven.
^ ixvixpldf/,*jtoi: (2). ^ TTxpii c. gen. ^xttxc. iav xxL •''in de ol.
sp. overwinnen — ^0XvfJt,7nx vixxco. ® Imperat.
30.
1. Het staat (= is) even' leelijk ^ een goed woord, dat
men gehoord heeft (= gehoord hebbende+), niet-'" te onthouden
(= leeren), als ^ een of andere weldaad (=. goed), die-"'-' door
vrienden aangeboden (= gegeven) werd, niet aan te nemen''.
2. Elk geschenk, alis 't nog zoo gering, wordt zeergroot, als"' ^
't met" welwillendheid gegeven wordt. 3. Geschenken, die®"* met
welwillendheid gegeven worden, zijn aangenaam (om) te ontvangen^.
4. Moge"** een weldoener nooit (met) ondank (= slechten dank)
betaald worden; de menschen schromen (anders) hunnen mede-
menschen^ weldaden te bewijzen**". 5. Wie ziet niet, dat ons
eiken dag ontelbare goede (dingen) door God gegeven worden ?
' èfioicog. 2 Dil(rxpó(;, 3 4 H^ofioii. ^ ol xKXoi.