Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
streven'®'*, opdal wij ons niet®*"'" in onze (= de) verwachting (pl.)
bedrogen zie«'®'*. 5. Streeft naar het goede en schoone, want wat
baat het ^ naar onbestendige'' goederen te streven ? 6. De wijze
streeft niet naar rijkdom, maar naar deugd. 7. Het is beter te
zwijgen dan een woord onbedachtzaam te uiten (= laten gaan).
8. Den afgeschoten + pijl® kunt gij niet terughouden'^. 9. Laat+
(= laat vrij) de zegeteekenen ^ op de aarde, want in den Hades
is vrede. 10. In de Zwarte zee'® storten zich vele rivieren uil.
11. De rechters in Athene plachten ® aangeklaagden ^, als ze
(hen) onder" vele tranen (er om) smeekten , nrij te laten.
12. Socrates zoudende rechters vrijgelaten hebben, als hij
hen, evenals de anderen (deden), onder vele tranen (daarom)
gesmeekt had. 13. Toen®^ Pittacus eens door iemand beleedigd
werd", e)i hij de macht had'^ hem te tuchtigen+ '•', liet hij
hem vrij, terwijl®* hij zeide: vergeving"" is beter dan wraak
3 t/ flcpfaor. 4 x^s(ixioc (2). ^ f/'x^. ® ts /sfaa-r. ^ to rpó'jrxiov.
® Imperf. a ^psóyuv. 'o hsTevu. " {/(Spl^cc. i^outrixv exo).
xoax^u. ^ truy/vuiai^. >5 tipi,upix. '® ó Uóvtoc Ev^sivoc.
StSwjxt en composita.
Praesens en lm perfectum van het activum.
27.
1. Van 't goede (pl.) en schoone (pl.) geven de goden niets
zonder insparming en zorg aan de menschen. 2. Allen bidden'
(Med.) de goden het slechte' (pl.) af te wenden, het goede' te
geven. 3. Men behooi-t (xpfi) moedigt te dragen, waf''^" de godheid
geeft. 4. Als** God (het) wil (= geeft), heeft de nijd geen (= niets)
kracht ® en als** hij (het) niet"*" wil, vermag® de inspanning niets.
5. Het is zaliger'' te geven dan te ontvangen (= nemen). 6. Elk
' xhsu Tivx. 2 lyevvxiac. ® li^xvcc. ^ fx,xxxpioi;.