Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
het karakter van de menschen verandert? 7. Als^" u veel (pl.)
wordt voorgelegd, is 't zeer moeilijk'' het beste te kiezen. 8. De
tempel te Delphi-^ was met eene menigte wijgeschenken ver-
sierd +, die uit geheel Griekenland (der godheid) werden gewijd.
9. De overwinnaars * + in de isthmische spelen^ droegen (= zet-
ten op) een uit pijnboomtakken gevlochten krans.
Fnlaruiii <m Aoristus van liel activum en medium.
18.
1. Hij, die'^'^ zijn eigen huis goed (= schoon) bestuurt',
zal ook de bezittingen van den staat goed besturen 2. Gij
zult geen heteren schat aan uwe kinderen nalaten (Med.) dan de
deugd. 3. Het past ^ den kinderen [zich] de woorden der wijzen
in het hart"* (pl.) te prenten+ (Med.). 4. Richt uw lichaam
zoo in +, dat^" (het) aan de ziel wil gehoorzamen. 5. Het is ge-
makkelijker van (= uit, ex) een goed een slecht (mensch) te maken+
dan van een slecht een goed (mensch). 6. De wet zegt: wat gij
niet {m) hebt neergelegd+ , moet gij niet wegnemen (= neem
niet-*"'). 7. Men zegt, dat Zeus (= Z. wordt gez.) Hermes tot
heraut ^ van zich en de andere goden heeft aangesteld +. 8. He-
rodotus zegt, dat Solon, nadat * hij wetten aan de Atheners had
gegeven+, naar® Croesus ging + ''. 9. Toen*® Xenophon offerde,
kwam ® er een bodeuit Mantinea (tot hem) zeggende, dat zijn
zoon Gryllus " gestorven was; hij zette wel den krans af +,
maar ging door-"*** met offeren; nadat''' nu de bode er (nog)
(dit) bijgevoegd had + , dat hij (als) overwinnaar* was gestorven
(pf.)2-^, zette Xenophon [zich] den krans weer + . 10. Toen*
Alexander door zijne vrienden uitgenoodigd werd i® (om) des
nachts (gen.) de vijanden aan te vallen + , zeide hij : het is
niet koninklijk " de overwinning (als "t ware) te stelen.
^ o'lKSU. '^llX-Ti^VllMt. TrpOa^KSt. ''<5 ^Vf^tÓ?. ® 5 XVipu^. TTpÓc
c. acc. ^ ■ïï-opsvoiJ.xt DP. ® Voor den off. X. ® ms(v). ó ocyyeXo?.
ö r^yAAc?. TsXeurxa. jASV — Sf. fVf/. Sf. '®£(V£(v).
''' I3x(71/.ikÓc. TTxpot,-y.xXku.
BECK, Grieksche oefeningen, '26 deel. '2