Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Praesens en Imperfectum ran het medinrn en passivum.
16.
1. (Hij), die niet'*"'' antwoordt', wordt gerekend toe te
stemmen * 2. Bewaar (Med.) altijd een spaarpenning ^ voor^
den ouderdom! 3. Gij kunt ^ (wel) geen {ov) beteren schat ^
voor'' den ouderdom bewaren ^ (Med.) dan de deugd. 4. Door
den rijkdom veranderen (Med.) de zeden ^ der menschen dik-
wijls. 5. Het is onmogelijk®, dat hij, die®® aan kleine en niets
beduidende (zaken) veel zorg besteedt, zich ijverig met
groote bemoeit+ 6. Laten wij hun, die®® (tot) kwaad (plur.)
aanradennooit''' gelijk geven! 7. De Spartanen stelden al de
genietingen (= goederen) in'^ 't levenachterbij'"» den roem.
8. Olympia werd versierddoor (= uit) de menigte [van] wij-
geschenken , die (door o(T7r£p) uit geheel ® Griekenland werden
opgesteld. 9. Hij, die®® te Olympia ^^ overwonnen had +, zette zich
een krans uit olijf^'^takken gevlochten op ('t hoofd).
' oiTro--/.pivo!u,xi. ^ ófic^oyéa. ^ ro s:póltov. sk. ^ Opt. met &v
® ó ävio-tcupo:. ' Ol rpÓTTOi. ® «SuvusTfl?. ^ x^ioi: c. gen. (ppovric.
" '2 jttfp c. gen. ^^ (rUfA,ßoU^eUU. lAyjTTOTe. ^^ KXTX
c. acc. "èevrepoi. y.o<sfJi.tvi. ro x-jx^-^i^x. 'OKuf/,7rixcn.
17.
1. Legt voor den ouderdom een spaarpenning weg! 2. Gijl.
kunt geen (= niet een) beteren schat voor uwe kinderen
bewaren dan den roem. 3. Als"'''" gij aan onljeduidende (= kleine)
en nietige (= nietswaardige) zaken veel zorg besteedt, hoe'
kunt gij u (dan) met iets groots (plur.) bemoeien? 4. Goede
menschen maken de goeden tot hunne vrienden, slechte de
slechten. 5. Geeft nooit ^ hun gelijk'^*, die®®" (tot) verkeerde ^
(dingen) raden! 6. Meent ^ gij niet, dat door rijkdom dikwijls
' ttw^. 2 y,xkó(;. 3 '' ^ ßyittots.