Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
(gij), die met-'''" één obool'' na korten lijd^^ naar de onder-
wereld moet'® gaan? 8. Rhadamanthuslegde in den Ilades
ieder (zijn) straf ^o op. 9. De rechter moet (imperat.) ieder de (hem
toekomende) straf opleggen. 10. Als* een zoon (zijn) vader eert,
zaF-''" hij hem 't meest gelukkig maken. 11. Alwie van de om-
geving^'* des konings bij Cyrus kwam , zond hij [allen] zoo
gestemd*weg (Med.), dat^" (ze) hem meer welgezind waren
dan (den) koning.
XP''^ c. acc. c. inf. ó o(3oKó^. //.er' ohiyov. (a) 'Px^x-
f^xvöuc. 20.^ 21— it^ ggj^ toest. brengen.
15.
1. De deugd alleen' maakt de menschen gelukkig. 2. Als"-»
gij verstandig waart, zoudt gij onder (=r van) de goederen niet
den rijkdom 2, maar de deugd 't hoogst stellen 3. Gij doet onrecht'^,
als-'-* gij het genoegen boven den arbeid stelt4. Breng uw
lichaam in zulk (= zoo) een staat, dat het bereid is ® aan
de ziel te gehoorzamen. 5. Vele menschen voegen aan de
natuurlijke (= noodzakelijke kwalen (nog) de kwaal der
slechtheid ® toe 6. Laten wij geen talenten op talenten
stapelen, maar van ons goed een edel (= adv. schoon) gebruik
maken7. Wat helpt 't u talenten op talenten te stapelen,
(u), die na korten tijd sterven + moet! 8. De Grieken legden
inden mond der gestorvenen + een obool als veergeld ® voor
Gharon (gen.). 9. De Grieken slingerdenom het hoofd des
overwinnaars*"!" in de isthmische spelen'^ een uit pijnboomtak-
ken gevlochten " krans '2.
' (Movoc. 2 'd TrXoüroc. ^ TrpÜTÓv ti ri^i^fii. x^ixeco. ® s-sAw.
>5 Kxxix. ' iv. ^ ro vxxjhov. '^"l^bfiol^. s ttItvoc (gen.) bxKKÓc.
" tta«;«». o (tts^xvoc. xvxyKxhc. reXsvTxai.