Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
hem'® ook in 't overige ^^ te vertrouwen. En niet^' langen tijd
daarna werd A. van de ziekte bevrijd + en® toen' hij aan
't gevaar ontkomen was+, eerde + hij den geneesheer en rekende+
hem onder zijn beste ^^ vrienden.
'®sr. acc. pl. van het woord. = na {f/^sr») niet veel tijd.
=: welgezind. 23 (Joor Trpdrreiv kccxkttx. 24 door c. dat.
TWEEDE AFÜEELINd.
Verba op -jxt en onregelmatigei verba.
-citJ-iyjAC en composita.
Praesens en Iniperfevtnm Tan het activum.
14.
1. (De) kracht van ('t) lichaam zonder overleg' maakt de"*
ziel niet beter. 2. Laten wij onze lichamen zoo inrichten, dat^"
(ze) aan onze zielen willen gehoorzamen. 3. De wijzen zeggen,
dat de deugd alléén de menschen gelukkig maakt. 4. Aesopus 2
zeide: wij dragen twee zakken^, den eenen van vorenden anderen
van achteren ® en in den voorsten leggen wij de gebreken' van
de anderen ^ , in den achtersten [de] onze (eigene); daarom zien ®
wij die niet. 5. Cato ® zeide tot een slecht grijsaard: waarom,
mensch, voegt gij bij den ouderdom, die* (al) veel ongemakken
heeft, (nog) de schande", (die) uit slechtheid-'^ (voortspruit)?
6. Plaats den rijkdom onder (= van) de goederen 't laatst '2!
7. Waarom, 0 dwazen'3, stapelt gij talenten"* op'® talenten,
' '0 XoyttTfióc. 2 ^^^ AlV&iTTfl?. ^ yj ir-^px. Éi^rrpoabsv. ^ OTTia-^iv.
® axb-opxco. ® (ó) Kxtuv. ^^ hxkx.
12 uVtätc? als adi. h fixrxToc. to txXxvtov.
15
sTTi c. acc.