Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verba met verschillende bijzonderheden.
jtäo), xXä(i), zsp5aiv(i), ßdkko), x/Jvo), xptvo), -scv(o, IXxco,
aqjjo), xaXéo),
7.
4. Over Orestes werd, toen' hij zijn moederi'gedood] had, door de
rechters op den Areopagus^ recht gesproken + . 2. De zeilen zijn reeds
gespannen; spoedig zal de vaart geëindigd worden. 3. Verbant
uit uwe ziel[en] de begeerten, die' (u) tot het kwade hebben doen
overhellen-'^! 4. Seuthes, de koning der Odrusen-'^, noodigde+ Xeno-
phon en de andere aanvoerders der Grieken tot (den) maaltijd.
5. Gijl. hebt dikwijls de anderen gered, maar (nu) gij uw eigen
(bezittingen) verloren hebt', blijft gij (er) rustig (bij). 6. Altijd
is de wijsheid (voor) de beste bezitting gehouden en zal zij
door de verstandigen (er voor) gehouden worden. 7. Het veld-
teeken der perzische koningen was een gouden "adelaar met uit-
gespreide vleugels ^ op'' een langen stok. 8. Ten gevolge van ^ schan-
delijke winsten zult® gij meer (lieden) in 't verderf gestort dan
gered zien + . 9. Rij (= voor) de bemiddelde [van de] Thraciërs
was een begrafenis als volgt'': drie"dagen (lang) stellen ze 't lijk
openlijk ten toon, en na' allerlei offerdieren geslacht + en tranen ge-
stort te hebben + , houden ze een maaltijd; vervolgens begraven ze
(het lijk) na 't verbrand te hebben ® of zij verbergen ® 't in de
aarde, en^ na een grafheuvel opgeworpen te hebben® houden zij
allerlei wedspelen, bij (= in) welke zeer groote kampprijzen aan
de overwinnaars' ten deel vallen10. Als ik dat doe', zal ik
zoowel door " u als door mijne vrienden slecht genoemd worden.
11. Altijd is hij, die-''-'' gered werd+, van nature'^ondankbaar. 12 Men
kan ows" van geen enkel man slaven of'^ onderhoorigen noemen^'*.
'Part. door de van den A. ^ = uitgespreid. ''«V/c. gen.
Aor. opt. met xv. ^ ® part. Aor. TrpoCpxivcc
(Perf. pass.). " ■ïï-pó? c. gen. ^jjgj i3 Dativus. ''' = wij heeten.