Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
'l meest leiding 10. Cimon de (zoon) van Miltiades verwierf
zich \wel 1] schatten, om ® (ze) te gebriiiken ®, maar ' gebruikte
(ze ook), om® geëerd te worden®. 11. Waar ik ooäkom + ,
zullen de jongeren (posit.) naar mij hooren, als ik spreek
(= sprekende). 12. MaaA (Med.) niemand^® tot (uw) vriend, voor-
datgij onderzocht hebt + , hoe hij met zijn andere vrienden
heeft omgegaan; immers hij zal zoo met u omgaan, ak i*' hij met
hen omging+ . 13. Diogenes gebruikte elke plaats voor''' alles,
hetzij hij ontbeet of sliep of zich (met anderen) onderhield.
14. Tissaphernes en de zijnen'® begonnen + de dorpen in brand
Ie steken; de Grieken nu' waren zeer^" ontsteld-^, daarzij
vreesden+, dal"^^ zij later geen^^ levensmiddelen zouden hebben^,
als zij (die) verbrandden 15. Het past ^^ een goed burger wel'
met^^ vrijmoedigheid (zijne) meening te uiten+ , maar^ (tevens)
metrechtvaardigheid de anderen aan te hooren+ . 16. Hij,
die geen kwaad doet, heeft geen wet noodig. 17. Als^^ (de)
gofiheid ( t) wil, zoudt gij zelfs op ^^ een stroohalm kunnen varen
= opvoeding. ''' ottoi xv. rp/v xv. a-jTw(4r) — üc. fk.
ontbijtende, slapende, enz. '®= de met (nv) hem. ^^ f^xXx.
2' ovK -- ne non. ygi i^q^i (-i^ig ggi 23 24 — niets
(ptjjSsi/). Gen. abs. kxI. ^'fV/c. gen. ^^yjrJc. gen. ^^ f/.y^'Seh.
6.
1. Wie-''-'' in' den zomer niet^ arbeidt en niet^ zweet, zal in'
den winter honger en koude lijden. 2. Als^ gij een goed rechter
wilt zijn, hoor (dan) naar beide (partijen). 3. Sterven is 't beste,
wanneer ® gij ongelukkig leeft. 4. Het leger van Alexander
dwaalde vijf dagen (lang) rond en leed honger en koude. 5. Hem
zou ik niet kunnen benijden^-''", die wel rijkdom verwierf, maar
niet ^ gebruikte. 6. Gebruik uwe ooren meer dan uw tong!
7. De Phrygiërs bedienden zich niet van eeden. 8. Wij onder-
steunen zijne moeder, zoolang'' zij leeft. 9. Aangenaam is het
' Gen. ^ , ^ oOSi. '' suc.