Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
2
(wel), Lacedaemoniërs, dat gij meer behagen schept in alleen-
heerschappijen, dan in (repuhlikeinsche) staatsvormen. 11. 't Is
duidelijk bewezen dat Philippus alles om zich zelf doet. 12. The-
mistocles ging*+ naarden koning der Molossers-'' (en) zette
zich als smeekeling i** op ^^ 't altaar neder + . 13, De Atheners
konden 't niet verdragen (= verdroegen 't niet), als ^ de rede-
naars de waarheid zeiden en niet ^ vleiden. ^ 14. Socrates stond
gedurende ^^ het geheele proces het gewone * teeken van wege i®
de godheid® niet in den weg + . 15. Toen^ Philippus eens langer"
sliep dan gewoonlijk en de Grieken ^, die * zich bij ^^ de deur
verzameld hadden, boos waren, zeide ^^ Parmenio: verwondert u
(A. coni.) niet ®, indien Philippus nu slaapt; immers toen gij
sliept, was hij wakker. 16. Verberg + (coni.) niets van
hetgeen ® gij gehoord hebt.
12 — ph. is bew. (= overtuigd) doende. vix^ov Trxpx. i*» =r sm.
geworden zijnde +. ^^ stti c. ace. = uit. ^^ = meer tijd. = den
gewonen* (n.1. tijd). '^sV; txIc Sr. -o oVf. ovroc. Icptj ^ te
plaatsen achter „verw. u niet". ^^ ggjj 24
2.
1. De Atheners plachten de gezanten van vreemde volken in
het Prytaneum te onthalen (impf.). 2. De Gorgonen hadden
ijzeren handen en gouden vleugels. 3. De rijke Atheners
hielden vele slaven, die 't land bebouwden. 4. De Perzen ge-
wenden hunne kinderen van jongs af' (om) altijd de waarheid
te zeggen. 5. Alexander volgden de soldaten, waarheen hij maar'^
wilde. 6. Themistocles sliep niet ten gevolge van ^ den roem van
Miltiades. 7. Wie zou ^ niet gaarne spreken met wijze mannen ?
8. Socrates was gewoon ook (naar) die (dingen) te vragen, die
hij beter wist (= kende) dan de ondervraagden. 9. Pindarus
noemde de hoop (pl.) droomen der wakenden. 10. Cerberus
^vgl.: a pioeris (a=:s>c). ^ ottoi met Opt. ^'Sia c. acc. ''Opt.
potent, met xv--*".