Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
zenden weerstand bood + "'. En wat dan volgt" is u wel bekend
(= weel gij), Minos, door 't groot aantal gestorvenen*+, dat ik u
op één dag toezondDe veerman'® zegt, dat zijn boot'® toen
niet groot genoeg was " +, maar dat Iwl grootste gedeelte van hen,
na * vlottenaaneengebonden te hebben + ", overstak + En
dat verrichtte ik, terwijl* ik zelf vooraan ging in 't gevaar ^^
en gewond werd. En om u niet^' mijne daden bij Tyrus^o en
At hela (n. pl.) te vertellen + 22 ^ zelfs tot de Indiërs kwam ik+,
ik maakte + (Med.) den Oceaan 22 tot (de) grens van mijn
gebied en ontnam + hun hunne olifanten, overwon + Porus
en onderwierp + alle volken. Mijne vrienden bevoordeelde ik +
en ik verdedigde +mij tegen mijne vijanden. Als ik aan de
menschen toescheen een god (te zijn), (dan) moet men hun (dat)
vergeven 2^ wegens de grootheid mijner daden en omdat* zij zoo-
veel vertrouwen in mij stelden+. Ten slotte stierf + ik als
koning*, hij als ballinghij koning Prusias28, den Rithyniër.
Dat 2® hij over de Romeinen heeft gezegevierd + (daarover)
wil ik niet spreken®', doch niet door kracht, maar door slecht-
heid en trouweloosheid werd hij overwinnaar +. Daar ®2 hij mij
mijne perzische leefwijze verweten heeft+, komt het mij voor,
dat hij vergeten is, wat®® hij in Capua deed. Ik heb gezegd.
Oordeel®'' gij (nu). Minos!
Scipio. Niet voordat gij ook mij gehoord hebt+.
M. Wie zijt gij dan, goede vriend?
Sc. (Ik ben de) Romein Scipio, (de) veldheer, die* Carthago
verwoestte + en de Lihyers in groote \eldslagen ten onder
bracht 26+.
M. Wat wilt (= zult) gij daarmee (= dus) zeggen?
Sc. Dat ik minder ben dan Alexander, maar grooter dan Han-
nibal, dien ik, na* hem verslagen te hebben+, vervolgde + en
dwong + te vluchten+.
M. Bij Zeus, dat is waar , Scipio, zoodat Alexander als
de eerste moet beschouwd worden®®, daarna (volgt) gij en
eindelijk Hannibal.