Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
kort te doen aan de groote beteekenis der genoemde
toepassingen, dienen die ontdekkingen voor eene juiste
beoordeeling hunner wetenschappelijke waarde nader
te worden beschouwd; dan eerst blijkt dat het aantal
nieuw ontdekte verschijnselen wel is waar jaar op jaar
verbazend toeneemt, dat echter onze kennis van het
wezen der electriciteit niet belangrijk vooruitgaat.
Slechts zeer langzaam komen wij tot die meer gron-
dige kennis. Wij krijgen het bijna ongeloofelijke re-
sultaat dat terwijl de electriciteitleer wat ontdekking
van feiten en wat toepassing betreft verbazend snel
voortgaat, onze kennis van die wetenschap zeer wei-
nig vordert, zoodat wij nog met eene uiterst geheim-
zinnige werking te doen hebben, bijna even wonder-
baar in de 19" eeuw als zij het voor de oude Grieken
twee duizend jaar vroeger was.
Hoewel niet zoo scherp geteekend als bij de elec-
triciteitsleer hebben wij een dergelijken loop bij an-
dere deelen der natuurwetenschap. Eerst in de laatste
eeuwen werden feiten goed waargenomen , deugdelijk
bekend; hun aantal groeide in de vorige en vooral
in deze eeuw op ontzettende wijze aan; meer en min-
der algemeene regels of natuurwetten werden in aantal
gegeven, met honderde toepassingen werd de maat-
schappij verrijkt, doch terwijl men met opgewonden-
heid van de toovermagt en de snelle vooruitgang der
wetenschap spreekt moet men erkennen dat onze ken-
nis van de grondoorzaken der physische werkingen
zich zeer traag ontwikkelt; niet dan met moeite baant
zich de theorie een weg door de talrijke feiten, met