Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
van een werkkring los te maken, waarin ik zooveel
reden had mij te verheugen. U hier te zien waarde
cohen stuart, heeft dan voor mij ook dubbele waarde.
Terwijl Uwe tegenwoordigheid hier ter plaatse Uwe
hartelijke deelneming aan den dag legt, zie ik in
U de inrigting vertegenwoordigd, waaraan ik steeds
met groote liefde werkzaam was. Met zoo vele hoogge-
achte ambtgenooten, waaronder ik menig vriend tel-
len mögt, krachtig ijverende tot een zelfde doel, de
opbouw, de bloei onzer jeugdige inrigting, gesteund
door de liefde en de meer dan gew^one belangstelling
mijner leerlingen, zal mij die tijd in waarheid on-
vergetelijk blijven. In U dank ik allen uit grond
van mijn hart voor de mij daar betoonde toegenegen-
heid en vriendschap. Wees overtuigd van mijne voort-
durende belangstelling in al wat UVe inrigting be-
treft en van de opregtheid van mijn wensch dat de
Polytechnische school onder Uwe leiding meer en
meer worde een sieraad van ons vaderland.
Sta mij toe U meer in het bijzonder dank te zeg-
gen voor wat Gij steeds voor mij waart. Als leermees-
ter, als ambtgenoot , als het hoofd der inrigting waar-
aan ik de eer had geplaatst te zijn, waart Gij steeds
mijn raadsman, neen een hartelijk, belangstellend
vriend, bij wien ik nooit te vergeefs om raad en steun
kwam. Blijf mij steeds Uw warme vriendschap schen-
ken , Gij weet dat ik haar op hoogen prijs stel, en ge-
niet nog lang de vruchten van Uw veelomvattend werk.
WelEdele Heeren Studenten, kweekelingen dezer
Hoogeschool. Teregt noemt men U de hoop des