Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
mij thans hier wacht. Wilt mij met Uwen raad voor-
lichten wanneer ik, voor zooveel in mij is, tot den
bloei onzer Hoogeschool zal medewerken. Vereert mij
met Uwe vriendschap, ik zal haar trachten waardig
te zijn en laat ons zoo door eendragt krachtig zijn voor
de goede zaak, die ons roept.
Met gemengde aandoening kom ik tot U Hoog-
geschatte van kees. Wie betreurt het niet wanneer
hij U na een bijna 40 jarigen roemrijken arbeid nog
in volle kracht de taak moet zien nederleggen, die
Gij zoo uitstekend vervuldet! Waarlijk ik behoef niet
te vermelden wat Gij voor Utrechtsch Hoogeschool
geweest zijt. Hoe Gij gedurende zoo vele jaren een
harer grootste sieraden waart weet ieder. Het zou
mij weinig voegen hier Uw lof te verkondigen. Gij
weet het dat Uw aftreden als een groot, onherstel-
baar verlies betreurd wordt. Dat de liefde, de innige
hoogachting, die Uwe leerlingen U toedragen voor U
het sprekendst bewijs zijn dat zij Uw zoo helder en
allergrondigst onderwijs op hoogen prijs stellen. Blijf
nog een lange reeks van jaren voor de wetenschap
en voor Utrechtsch Hoogeschool gespaard; want wij
weten hoe Gij beiden liefhebt en niet op zult houden
Uw werkzaam nuttig leven daarvoor dienstbaar te
doen zijn.
Het zegt wat al is het ook gedeeltelijk eene taak
over te nemen die op zoodanige wijze vervuld werd.
Waarlijk alle moed zou te kort schieten en ondanks
mijne groote liefde voor mijne wetenschap, ondanks
mijne ingenomenheid met het onderwijs zou ik hui-