Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
der nut is, zoodat wij, van zijne diensten vooralsnog
geheel afstand doende dien analytischen weg in vele
gevallen moeten verlaten om langs een minder alge-
meenen weg waarbij ons eenvoudiger middelen kun-
nen helpen tot goede uitkomsten zij het ook minder
volledige te geraken. Onbegrijpelijk veel moet gedaan
worden om de wiskundige hulpwetenschap te brengen
tot wat zij werkelijk wezen moet en al is het dat
men zoo ver gekomen is dat wij de bezwaren niet
meer ontmoeten , waarop wij thans elk oogenblik stui-
ten dan nog is niet genoeg gedaan; zal toch de wis-
kunde als hulpwetenschap voor de physica zijn wat
zij werkelijk wezen moet, een instrument waarvan
wij ons met gemak bedienen kunnen om eene meer
juiste kennis der natuurverschijnselen te verkrijgen,
zoo mogelijk de grondoorzaken dier verschijnselen te
leeren kennen en begrijpen, zoo dient zij veel meer
dan tot dus verre het geval was als hulpwetenschap
te worden opgebouwd. Het ontbreekt ons thans in
elk deel der physica stellig niet aan feiten om te
weten wat er te doen valt; wij kunnen zelfs in bijna
elk onderdeel dier wetenschap den uitslag, zij het
dan ook eenigermate, voorzien waartoe eene goede
behandeling ons leiden moet, doch wij kunnen niet
genoeg over voldoende hulpmiddelen beschikken om
met de reeds verkregen ervaring ons voordeel te doen.
Wij behoeven slechts op het verband tusschen de ver-
schijnselen van electriciteit en magnetisme, op ver-
schijnselen van electrodynamica en inductie te wijzen
om ons van de waarheid van het hier gezegde te over-