Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
moet worden toegepast, in het een zoowel als in het
ander geval bleek ons ten duidelijkste, welken ge-
wigtigen invloed die hulpwetenschap voor de physica
gehad heeft en voortdurend hebben moet. — Gaan
wij ten slotte kortelijk na hoe omgekeerd een en
ander op de wiskunde zelve heeft teruggewerkt en
welke nieuwe eischen daardoor noodzakelijk aan die
vermogende hulpwetenschap moeten worden gesteld.
Dat het veelvuldig gebruik dat men van de wis-
kunde maakt veel tot hare ontwikkeling moet bijdragen
ligt voor de hand. Terwijl zij tot veelvuldige toepas-
singen dienen moest kregen beschouwingen en ont-
wikkelingen, schijnbaar zonder gewigt, hooge waarde.
Meer dan eens werd herinnerd hoe zonder de schijn-
baar nuttelooze beschouwingen der oude Grieken over
de kegelsneden, kepler niet tot zijne beroemde wetten
was geraakt en nog heden zien wij herhaaldelijk de
oogenschijnlijk meest nuttelooze ontwikkelingen, be-
schouwingen , die voor de praktijk schijnbaar geen
waarde hebben met voordeel ter verklaring der na-
tuurwetenschappen gebruikt. Maar nog veel gunstiger
werkten die natuurwetenschappen op de wiskunde
terug toen zij krachtiger steun behoevende, newton
en leibnitz tot de ontdekking der differentiaal- en
integraalrekening leidden en zoo eerst de wiskunde
regt bruikbaar maakten voor de behandeling van
natuurverschijnselen die van ruimte en tijd afhanke-
lijk zijn: — Toen eerst konden de wetten, die de
beweging der hemelligchamen beheerschen terugge-
voerd worden tot de werking eener algemeene aan-