Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
noodzakelijk schijnt, toch is dit eer een gebrek dan
een deugd te noemen. Het ideaal van behandeling
is zeker eene zoodanige, waarbij de wiskundige vorm
geheel verdreven zijnde, deze voor de taal van het
dagelijksche leven plaats maakt.
Zoo eerst schijnt de beteekenis der wiskunde voor
den physicus in het ware licht; nog eens een nood-
zakelijk en kostbaar hulpmiddel zonder meer, een
wetenschap die, al kan zij de grootst mogelijke dienst
bewijzen en voor den physicus van onschatbare waarde
zijn, toch in zich zelve geen bron van kennis voor
de natuurwetenschappen is. Zeer juist werd zulks
door den franschen wiskundige poinsot erkend en te-
regt waarschuwde hij voor elke overdrijving in dit
opzigt. Menigeen toch, wien het gelukt natuurkun-
dige verschijnselen in wiskundigen vorm te brengen
kent aan zijne wiskundige formules een magt toe,
die zij werkelijk niet bezitten. Omdat die formules
ons dikwijls met groot gemak een aantal reeds be-
kende waarheden leveren schijnt hun die wiskundige
analyse een toovermagt, een rijke bron van kennis,
terwijl men niet bedenkt, dat die formules niet meer
kunnen dan teruggeven, wat men er zelf heeft inge-
bragt. — Wel is waar ligt dikwijls in algemeene uit-
drukkingen een gansch vraagstuk, eene geheele we-
tenschap opgesloten, doch om daarmede zijn voordeel
te doen dient men bij de natuur te rade te gaan.
Zonder dat is het voordeel der algemeene wiskundige
uitdrukkingen denkbeeldig. Om slechts bekende fei-
ten daaruit af te leiden is het reeds noodig de leer