Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
om vele andere niet te noemen, hebben ons meer
dan eene verhandeling nagelaten, die in physisch op-
zigt van minder waarde voor den mathematicus, daar-
entegen wegens de ingeslagen methode van uitstekend
belang is. Zij blijven als zoodanig modellen voor
analyse, van groote waarde wat methode, vooral wat
sierlijken vorm betreft, doch zij bragten alleen de wis-
kunde, die hier het hulpmiddel was verder en mis-
ten hun eigenlijk doel de opbouwing der natuur-
wetenschap.
Die overdreven liefde voor toepassing der wis-
kunde laat zich gereedelijk verklaren; het alvermo-
gen der wiskundige methode deed den physicus zijn
uitsluitend heil in wiskundige analyse zoeken; ver-
leid door sierlijke, dikwijls gemakkelijke, veeltijds
ook na veel inspanning gevonden nieuwe vormen,
ging men steeds verder en verloor zich dus op een
pad, waarop men nimmer had moeten komen. Hetzij
intusschen verre dat een overvloedig gebruik der wis-
kunde op zich zelf afkeuring verdient; menige questie
is zonder een ruim gebruik dier wetenschap niet ten
einde te brengen, doch de wiskunde moet hulpmid-
del zijn en blijven, de ervaring is steeds hoofdzaak,
van haar gaat men uit en aan haar moeten de bere-
keningen voortdurend getoetst worden — een ruim
gebruik der wiskunde schaadt niet, doch het komt
er vooral opaan dat de wiskunde goed gebruikt worde.
Zooals wij herhaaldelijk zeiden blijft de ervaring
voortdurend hoofdzaak, is de wiskunde slechts een
hulpmiddel, een werktuig, waarvan wij ons met groot