Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
zijn dan voor de physica gewoonlijk van uiterst ge-
ringe beteekenis, eene niet noemenswaardige vervor-
ming, eene kleine bekorting, eene enkel weinig be-
teekenend gevolg ziet daar alles; en wat zou men ook
veel meer kunnen wachten ? De eindelooze transfor-
matien kunnen zeker de natuurverschijnselen en al
wat daarop betrekking heeft vormen geven, waardoor
eene verbinding met andere feiten mogelijk wordt,
waardoor zij voor toepassing geschikt wordt; zoolang
echter die verbinding niet geschiedt en van de toe-
passing geen gebruik gemaakt wordt, zoo lang men
voortrekent zonder meer, houdt alle kans op voordeel
op, ja, niet zelden gebeurt het, zelfs in onze dagen
dat men het natuurfeit, de ervaring, geheel uit het
oog verliezende, zich in allerlei bespiegelingen ver-
diept, waarbij de natuurkennis in geen enkel opzigt
bevorderd wordt. Geheel aan zich zei ven overgelaten
gaat hier de wiskundige zijn eigen weg; berekent,
construeert, herleidt en brengt zoo een tal van alge-
meene regels voort, die door hunne algemeenheid
minder voor toepassing en afleiding geschikt, slechts
door een sierlijken vorm uitmunten. Dikwijls genoeg
wordt daarbij een weg ingeslagen, die het verschijnsel
op een geheel vreemd pad voert, zoodat eenig nut
ten eenenmale onmogelijk wordt. Kan een dergelijke
overdreven wiskundige methode de physica geen dienst
doen, de wiskunde trekt er vaak voordeel van. Meer
dan een voorbeeld is aan te geven, waarbij dergelijke
behandeling, nieuwe wiskundige beschouwingen en
opvattingen gaf. De groote euler, foukier, poisson