Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
ter met zeer groote moeijelijkheden gepaard gaat.
Maken wij dan dit deel tot een punt van nadere over-
weging, zien wij wat bij de eischen waaraan hier moet
worden voldaan de middelen zijn die daartoe kunnen
dienen en hoe van die middelen gebruik moet wor-
den gemaakt.
Alle waarneming bestaat in het opnemen of er-
kennen van feiten. In die feiten, welke wij liefst van
zoo eenvoudig mogelijken aard verlangen, hebben wij
eene betrekking tusschen twee of meer zaken van
verschillenden aard. Zal die betrekking eenige betee-
kenis hebben en als bouwstof onzer kennis dienen,
zoo moet zij in maat en getal zoo naauwkeurig mo-
gelijk gegeven worden. Zonder dat kunnen wij niet
dan een onbepaalde aanwijzing van hetgeen in de
natuur voorvalt verkrijgen, eene ervaring die op zich
zelve zeker waarde kan hebben, die zelfs tot enkele
gevolgen leiden kan, doch die stellig onmagtig is,
waar men zich de verklaring der natuurverschijnselen
uit hunne oorzaken ten doel stelt. De dus verkregen
kennis is eene oppervlakkige, die zelfs in de meeste
gevallen voor de toepassing der verschijnselen onvol-
doende is. Eerst door meting, door zoo naauwkeurig
mogelijke meting krijgen onze waarnemingen betee-
kenis. In elk daardoor ontstaand feit krijgen wij dan
eene naauwkeurig uitgedrukte betrekking tusschen
twee of meer grootheden, die in het algemeen van
verschillenden aard zijn. Volbrengen wij een reeks
waarnemingen van dezelfde soort, zoo veranderen wij