Boekgegevens
Titel: De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Auteur: Grinwis, C.H.C.
Uitgave: Utrecht: Kemink en zoon, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. W.G. A t 10
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204013
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen, Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Wiskunde, Natuurkunde, Redes (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De waarde der wiskunde voor de beoefening der physica: redevoering ter aanvaarding van het hoogleeraarsambt aan de Utrechtsche Hoogeschool uitgesproken den 16den October 1867
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
deductie uit deze wetten nieuwe gevolgen en daad-
zaken afleidt, die daarmede eene natuurkundige the-
orie dier verschijnselen vormen. Waarneming en proef
dienen dan slechts om het uit de theorie afgeleide
te bevestigen.
Daarbij zijn wij echter niet op het einde van den
weg gekomen, die bij het streven naar natuurkennis
wordt ingeslagen. Niet te vreden met het logisch vor-
men van wetten en gevolgen tracht onze geest bovenal
de oorzaken te vinden, waaruit de waargenomen ver-
schijnselen voortvloeijen. Even als men uit een be-
kende oorzaak door streng logische besluiten tot hunne
werkingen kan afdalen, kan de omgekeerde weg wor-
den ingeslagen en kan men uit de wetten tot hunne
naaste oorzaken opklimmen. Natuurlijk is die omge-
keerde weg niet zoo bepaald als de eerste en is men
daarbij aan alle toevalligheden der verklaring bloot-
gesteld. Uit meerdere oorzaken dient eene keuze
gedaan te worden waarbij de rede ons leiden moet.
Even als wij uit de enkele feiten door logische be-
sluiten wetten daarstelden, wordt hier uit wetten en
theorien tot de grondoorzaken besloten; doch deze
handelwijze is van meer algemeenen aard, hier wordt
aan de rede meer vrijheid gegeven dan bij het ver-
zamelen en groeperen der enkele feiten; de geest is
meer bevrijd van de stof en kan zich meer aan de
verbeelding overgeven, zich vrijer bewegen. Evenwel
heeft die vrijheid hare grenzen, geene grondbegrippen
mogen worden over het hoofd gezien, geen geheel
fantastische oorzaken mogen worden aangenomen.