Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 8i —
V. Welk uut mogen wij ons dwmn beloven ?
A. Dat het ons in dit leven wel zal gaan ,
en vooral, dat wij in het toekomende leven vol-
maakt gelukkig zullen zijn.
V. Wat moet dan, nu gij dit alles weet,
uwe voornaamste bezigheid zijn op deze wereld?
A. Ik moet al mijne pogingen aanwenden om
mijne kennis te vermeerderen, mij zeiven te ver-
beteren , en nuttig te zijn op de wereld , opdat
ik mij steeds van Gods goedkeuring en gunst
moge verzekerd houden, en vatbaar worde voor
de zaligheid, die mijn hart wenscht te genieten,
cn die God ons heeft toegezegd.
Vrees God: die wijsheid moet, in 't geen
Gij kiest, uw zij bekleeden.
Een dier volgt zijn natuur alleen,
De mensch het licht der reden:
Wat eigendom is op deze aard'.
Wat doel de ziel gegeven'?
De deugd. Wat loon is haar bewaard ?
Bij God een eeuwig leven.
GELLERT.
ItlWlUV
Een kind, dat altijd blijde en-vergenoegd wil leven,
Moet altijd naar de deugd met lust en ijver streven :
Want deugd geeft rust aan 't hart, en ondeugd geefc
het pijn:
Wie uwér wenscht dan niet een deugdzaam kind te zijn ?
VMUt-WI/
Hoe gelukkig is een kind,
Als het God en deugd bemint ?