Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 75 —
V. Hoe moet het hart van een' mensch dan
gesteld zijn?
A. Zoo, dat men bij alles , wat ons over-
komt of wat er oók gebeurt, de inwendige ge-
rustheid en den vrede der ziel niet verlieze, noch
ook door eene heimelijke vrees gekweld worde.
. V. Waaruit ontstaat deze gerustheid der ziel?
A. Uit de overtuiging van onze gezindheid
en pogingen om steeds overeenkomstig onzen
pligt te handelen.
V. Hoe komen wij tot deze overtuiging?
A. Door naauwkeurig op de stem van ons
geweten en op die van de godsdienst te letten,
en daaraan ons gedrag te toetsen,
V. Maar, wanneer ons gedrag daarmede niet
overeenkomt?
A. Dan worden wij in ons zeiven veront-
rust , missen de ware tevredenheid , en gevoelen
ons ongelukkig.
V. Hoe noemt men zulk eene ongerustheid?
A. Een kwaad geweten.
V. Is dit niet een groot ongeluk voor den
mensch ?
A. Ja: daardoor mist hij alle waar genoegen,
en zijn geheele leven wordt daardoor verbitterd.
V. Heeft dit ook nog meer nadeelige gevol-
gen ?
A. Ja: hoe minder wij op de stem van ons
geweten letten , des te ondeugender worden wij,
en derhalve ook hoe langer hoe ongeschikter om
waarlijk gelukkig te worden.