Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 71 —
A. Wel eenen korten tijd, somtöds echter
geen oogenblik; — een leugenaar is ten minste
nimmer veilig.
V. Hoe zoo?
A. Meestal ontdekt en wederspreekt hij zich
zeiven, of wordt door omstandigheden ontdekt,
waaraan hij in het geheel niet gedacht heeft.
V. Wat nog meer?
A. Niemand zal een' leugenaar vertrouwen,
en wil ook niet gaarne met hem te doen hebben.—
V. En hoe beschouwt men zulk een' mensch
in de zamenleving?
A. Als ietóand, op wien mén zich niet ver-
laten kan , en voor wien elk eerlijk man zich
wachten moet.
V. Waarom zoeken toch ouders en meesters
het liegen bij kinderen zoo" sterk tegen te gaan,
en hen voor xleze ondeugd zoo zeer te waar-
schuwen ?
A. Dewijl zij weten , dat het liegen eene ver-
derfelijke kwaal is , waarvan men, als het ons
tot eene gewoonte geworden is, niet kan gene-
zen worden.
V. Waarom nog meer?
A. Omdat zij ook weten, dat het den mensch
beroofd van alle opregtheid en openhartigheid,
van zijne eer, van zijn goed geweten, van de
gunst van God, en van zijn tijdelijk en eeuwig
geluk.
V. Waaraan kan men een leugenaar het best
kennen ?