Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
_ 70 —
V. Is een opregt en waarheidlievena mensch
ook geacht en bemmd?
A. Zulk een vindt bij ieder, die hem kent, ge-
loof; men stelt vertrouwen in hem, men bemint
hem; men heeft gaarne met hem te doen , en liij
vindt ook bij begane fouten het eerst vergiffenis.
V. Waarvoor moet een kind zich dus in zijn
spreken vooral wachten ?
A» Voor geveinsdheid en voor leugens.
V. Is het liegen dan zulk een groot kwaad?
A. Ja: daaruit komen ontelbare onheilen
voort, die anderen of ons zei ven voor altijd,
kunnen benadeelen. De leugen is daarom ook
beneden de waarde van een redelijk mensch , en
ten hoogste strafbaar bij God, die de zuivere
waarheid is.
V, Hoe benadeelen wij ons zeiven daarmede?
A. Wij verliezen de achting, de liefde, en
het vertrouwen van anderen.
V. Wanneer benadeelen wij daarmede onzen
naaste ?
A. Als wij hem, door liegen en kwaad spre-
ken , de liefde en achting van andere menschen
ontrooven.
V. Waardoor nog meer?
A. Als wij^ onze booze bedrijven op hem
schuiven, dan bewerken wij dikwijls daardoor,
dat hij onschuldig, in onze plaats, met schade
en schande gestrafd wordt.
V. Kan men de leugens niet wel verborgen
houden ?