Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 69 -
ouders, en overheden de waarheid te bekennen.
V. Heeft ieder het regt om ons uitte vragen?
A. Neen: — ^^ Ik-mag htt niet zeggen is
daarom een goed antwoord.
V. War rekent men ónder onnutte taal of
vuile gesprekken?
A. Alle onverstandige, ligtvaardige, ontuch-
tige woorden , vloeken , het nasbru'ken van
Gods naam , verleidende en lasterendt ge^prek-
ken.
V. Wat nog meer?
A. Zotte, bijgeloovige vertellingen, lompe
grappen, cri dubl>elzinnige boerterij.
V, Bezondigt men zicli ook daardoor?
A. Ja: het is nier alleen slecht, zulke taal
en gesprekken te vloeren, die dikwerf zoo veel
schade veroorzaken; maar het is ook slecht, ai>
deren daartoe aan te zetten.
V. En wat veroorzaakt zulks?
A. Dat de mensch daardoor zijne grootste
voorregten, verstand en spraak, misbruikt, cn
den tijl, dat onherstelbaar goeJ, verkwist, tot
nadeel van zich welven en anderen.
V. Waar'tver mag men dan spreken?
A. Men mag spreken over alles, wat nuttig
en aangenaam is, en tot verbetering dient.
V. Waarvan kan men nog meer spreken?
A. Van God en diens weldaden en werken; —
van zijne eigene bezigheden, en de beste wijze ,
om die te ven igten; — van het nuttige, dat men
gehoord of geleerd Jieefr,