Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 68 —
V. Doet de praatzucht kwaad?
A. Ja; zij rigt dikwijls groot onheil aan,
veroorzaakt vijandschap en verdriet, stort den
mensch in vele ongelegenheden, cn sticht som-
tijds oneenigheid tusschen vrienden.
V. Maar v/at moet ik doen, zoo iemand mij
wil uitvragen ?
A. Ik moet op mijne hoede zijn, bedachtzaam
antwoorden, en niet meer zeggen dan ieder we-
ten mag.
V. Wat mogen de kinderen wel vertellen?
A. Het goede, dat zij van anderen weten»
V. Mogen zij ook het kwade verhalen 1
A. Ja: en wel in het bijzonder het kwaad,
dat zij zeiven gedaan hebben, warneer dit met
berouw gepaard gaat , en niet dient om daarop
te roemen.
. V. Is het niet beter, dat te verzwijgen?
A. Neen, het is beter, met waar berouw,
zuiks aan ouders, voogden of meesters te ver-
halen', dewijl het anders nog ergere gevolgen
kan hebben.
V. Maar, wordt men dan niet gestraft?
A^ Wanneer men zijn kwaad openhartig be-
lijdt, zal men des te eerder vergeving erlangen.
V. Kan de geheimhouding ook met de opregt-
heid bestaan?
A Ja: wanneer het zaken betreft, welke wij
niet verpligt zijn te openbaren ; voor het overige
zijn wij in alle gevallen verschülJigd, om, wan-
neer zulics gevorderd wordt, aan opzieners.