Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
_ 64 —
V- Leidt een dief wel een gelukliig leven ?
A. Neen; de dief of bedrieger leidt in der
daad een treurig leven.
V. Hoe zoo?
A. Men bedenke de onveiliglieid en de vrees,
waarin hij verkeerd, en het gevaar, waaraan hij
zich bloot stelt — de verachting, schande, en
straf, die hem bij de ontdekking treffen.
A. Als men dit alles overweegt, wat zal
men dan moeten bekennen ?
A. Als men al deze gevaren, moeite, en on-
rust zamenneemt, zal men moeten bekennen,
dat men zich altijd, op eene eerlijke wijze, veel
gemakkelijker zijn onderhoud kan verschaffen
dan door bedriegerij,
V, Welke gedachten moeten een kind belet-
ten om een' ander' van het zijne te berooven ?
A. De spijt en smart, die het zelf onder-
vindt , als hem iets ontvreemd wordt.
V. Mag een dief wei in de maatscliappij ge-
duld worden ?
A. Neen: want het, stelen is eene verfoeije-
lijke en afschuweh'jke daad. - Een dief verdient
daarom met regt, dat men hem uit de zamenle-
ving verbant. — Men kan hem als eenen vij-
and van alle menschen beschouwen.
. V. Wat geschiedt ook, zoodra men ontdekt
heeft, dat zich iemand aan deze verfoeijelijke
ondeugd heeft schuldig gemaakt?
A. Dan wordt de zoodanige gevangen geno-