Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 63 -
V. Heeft het onregt ook eenige gevolgen?
A. Ja: al het onregt, dat wij doen, brengt
niet slechts aan anderen, maar ook aan ons zei-
ven het grootste nadeel toe.
V. Wat moeten wij doen, wanneer wij aan ^
anderen nadeel' hebben toegebragt?
A. Wij moeten dit altijd vergoeden.
V. Kunt gij dit nader ophelderen?
A. Ja: wat ik aan anderen ontvreemd heb ,
moet ik terug geven; kan ik dit niet, dan. moet
ik hetzelve op ee.ne andere wijze vergoeden.
V. Maar zoo gij iemand tot dwaling verleid
hebt?
A, Dan moet ik hem weder trachten te regt
te brengen.
V. Wat nog meer?
A. Heb ik iemand gelasterd, dan moet ik
mijne misdaad bekennen, en hem zijne ontroofde
eer terug bezorgen.
V. Wat verpligt ons hiertoe ?
A. Gods woord, de liefde tot den naasten,
en ons eigen verontrust geweten.
V. De vergoeding van de schade is toch som-
tijds moeijelijk, dikwijls onmogelijk — hoe dan ?
A. Het is waar, geroofde gezondheid kan ik
niemand wedergeven, maar ik moet toch het
vaste voornemen hebben, om zulks te doen,
indien het mogelijk ware; en ook dan alleen
kunnen wij op de liefde van God en op de ver-
geving van onze zonden hopen.