Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 59 —
is zeer voordeelig, mits het laatste onder het
geleide van bejaarden geschiedt.
V. Is er nog iets, waarvoor kinderen bij
het spel zorgen moeten ?
A. Ja: dat zij hunne kleederen niet scheu-
ren , maar zindelijk bewaren; en dat zij , als zij
met spelen uitscheiden, het speelgoed weder op
de daartoe bestemde plaats bezorgen.
V. Mag een kind wel iets van het speelgoed
van een ander heimelijk medenemen?
A. Neen : dit is dieverij, en deze wordt ge-
straft door God en menschen.
Doe nooit een slechte daad, al brengt zij voordeel aan:
Denk aan het bitter woord : ach! had ik '( nUt gedaan!
Vooraf gedaan, daarna bedacht, .
Heeft menig een in leed gebragt.
V. Wat behoort een kind bij zijne vermaken
en spelen altijd in het oog te houden?
A. Dat het zich zelf of anderen geen nadeel
toebrengt.
V. Welke vermaken zijn voor kinderen na-
deelig ?
A. Alle, die het hart en de zeden bederven,
en tot twisten en wreedheid aanleiding geven.
V. Hoe kan een kind zich voor twisten
wachten ?
A. Door zijne speelmakkers nimmer te sar-
ren , te plagen of te doen verschrikken.