Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 45 —
Van wijshfjid dan onwetendheid;
Doch geef elk , op uw beurt, bescheid.
V. Hoe beantwoordt men , op eene welvoe«
- gelijke en bevallige wijze, eene vraag?
A. Men moet de vraag, die aan ons gedaan
wordt, opmerkzaam aanhooren, en dezelve met
gepastheid, noch te hard noch te zacht, maar
vooral verstaanbaar, kort, en wel beantwoor-
den.
V. Is het ook onwellèvend zich slaperig te
toonen , wanneer anderen spreken ?
A. Ja, dit is niet alleen zeer onwellevend,
maar kan ook dikwijls verdriet veroorzaken»
V. Wat heeft men nog verder, bij het spre-
ken in gezelschappen5 in acht te nemen?
A, Men zie de personen aan, met welke
Kt men spreekt, en keere hun niet den rug toe.
V. Hoe moet men dan spreken?
A. Men spreke met een vrolijk, opgeruimd
gelaat, wanneer het onderwerp van het gesprek
dit slechts eenigzins toelaat. Het kan niemand
behagen, als men met een knorrig en stuiirsch
gezigt spreekt.
V. Waarover moet men niet spreken?
A. Over datgene, waarvan men niets ver-
staat. Ook moet men nooit eenen beslissenden
toon aannemen, zelfs niet over dingen, waarvan
men eene genoegzame kennis heeft.
V. En wat moet men vooral vermiiden ?