Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 37 -
V. Moeten kinderen van gegoede lieden ook
arme menschen groeten?
., A. Zeker: een arm mensch kan somtijds een
beter hart hebben dan eenige rijken; ook ziillen
zij den arme door deze vriendelijke bejegening
in zijne armoede nog troost verschaffen , en zijn
hart zal hen zegenen.
V. Moeten zij arme en geringe lieden dan
niet verachten ?
A. Neen; maar veeleer jegens ieder arm en
gering mensch zich liefderijk, gedienstig, en
vriendelijk betoonen, omdat hij ook een mensch'
is even als zij.
V. Moeten zij dén arme ook goed doen?
A. Ja, en hem , zoo veel mogelijk is, zijne
ellende verligten en hem terstond hulp bewij-
zen?
V. Wat moeten zij nog meer doen?
A. Overal, waar het te pas komt, zijne
voorspraak zijn.
A, Moeten zij den arme ook eenig verwijt,
doen, als zij hem eene gave of aalmoes toerei-
ken?
A. Neen: dit zoude den arme zijne armoede
nog meer doen gevoelen.
V. Moeten zij ook de gift gaarne en met
een vrolijk hart geven?
A. Ja; omdat God eenen vrolijken gever
lief heeft, en eene geringe gave ons niet arm
maakt.