Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 3a—
toegevend, vriendelijk, en door geene heersch-
zucht of minachting omtrent hen bezield zijn.
V. Moet het zich ook zoodanig gedragen je-
gens kinderen van eenen minderen stand?
A. Ja: want bescheidenheid, inschiickelijkheid,
en vriendelijkheid zijn pligten, welke men jegens
alle menschen moet in acht nemen , onverschillig
of zij rijk of arm zijn.
V. Wal verbeelden zich dikwijls de kinderen
van rijke ouders?
A. Dat zij, naar mate zij rijker zijn, ook zoo
veel beter zijn dan andere kinderen, of dat het
hen verlagen zou, met kinderen van minvermo-
genden te verkeeren.
V, Wat moeten derhalve zulke kinderen zoo
vroeg mogelijk leeren begrijpen?
A. Dat de waardij van den mensch niet zoo
zeer bestaat in geld of in eene aanzienlijke af-
komst , maar in verstand en braafheid.
V. Geven geld en aanzienlijke afkomst dan
geene waarde ?
A. Eigenlijk niet; want dat een kind van r^-
ke en aanzienlijke ouders geboren is, is buiten
zijn toedoen. — En hoe kan een arm kind het
helpen , dat het geene rijke ouders heeft, of dat
zijn vader geen groot heer is ?
V. Wat denkt men ook doorgaans van ouders
van een hoovaardig of onvriendelijk kind?
A. Dat zij aan hetzelve geene goede opvoe-
ding geven.
V. Wat moeten dus kinderen van rijke ouders