Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Een kind moet steed gehoorzaam wezen,
Dan Ireéfc hec nimmer straf te vreezen.
V. Kan een kind zijnen Meester nog wel ver*
driet aandoen, al geniet het zijn onderwijs niet
meer ?
A. O Ja; als het deszelfs lessen vergeet of
niet opvolgt.
V. Waartoe moet elke genotene weldaad ons
aansporen?
A. Tot dankbaarheid.
V. Waardoor maakt men zich alle weldaden
onwaardig?
A. Door ondankbaarheid.
V. Kan een ondankbaar mensch wel een goed
hart hebben!
A. Neen; het hart van eenen ondankbare is
slecht, omdat hij het goede met kwaad beloont,
en daarom is ook een ondankbaar mensch het ver-
achtelijkste 'schepsel op aarde.
V. Waar wordt een kind, behalve in het ou-
derlijke huis, voornamelijk tot een goed gedrag
opgeleid ? ^
A. In de school en in de kerk.
V. Hoe moet het zich dus altoos'bij het on-
derwijs gedragen?
A. Stil, zedig, en opmerkzaam.
V. Waarmede zoeken sommige kinderen den
schooltijd door te brengen?
A. Met praten en spelen, waardoor zij| zich
zeiven en anderen benadeelen.