Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 23 —
V. WaaTOni geeft ons God niet altijd hetgene
wij van Hem begceren?
A. Dikwijls bidden wij om iets, dat ons niet
nuttig of anderen nadeelig is: de wijze God is
daaróm zoo goed om onze begeerte niet altijd te
vervullen.
'V. Hoe möët men zich gedragen, als men
zidi tot het gebed wil schikken?
A. Voor men begint te bidden j, sluite men de
oogen eerbiedig toe, opdat de aandacht door niets
verhinderd vrordt, en denke dan eerst een oogen-
blik-, stil bij zich zeiven , eer men nog begint te
bidden, hoe men zijn gebed moet inrigten, en
tot welk een gróót en magtig Heer men spreekt.
V. Hoe zal men steeds met ontzag en eerbied
bidden ?
A. Alsanen zijn gebed telkens begint met de
ootmoedige erkentenis , dat God de Heer is van
dé gansché wereld, en-dus ook van ons.
V. Eli als men dit niet gevoelt en erkent?
A'. Dan behoort m'en zich daJrover te scha-
men, ^en opregt berouw te toonen.
V. En wat moet men dan verdeï doen om te
kunnen bidden ,. : , .
A. Zich op nieuw Gods hq^oge majesteit voor-
den geest brengen, eti Hem dafi met ootmoedige
schuldbelijdenis in het gebed aanspreken.
V. Maar moet Gods grootheid ons dan niet
van het bidden afschrikken?
■ A. Neen, want die zelfde ontzaggelijlte Heer
is ook onze liefderijke Vader, die zelf (natiielijk