Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HOE EEN KIND ZICH MOET GEDRAGEN JEGENS
GOD EN DE MENSCHEN.
V. Waardoor maakt een kind zich bijzonder
bemind en gelukkig?
A. Door een goed gedrag.
V. Wanneer kan men het gedrag van een kind
goed noemen?
A. Als het zijne pligten naauwrkeurig en ge-
trouw vervult.
V. Jegens wien moet het deze pligten betrach-
ten?
A. Jegens God en alle menschen, en onder
deze inzonderheid jegens zijne ouders en leermees-
ters, en jegens zich zelf.
Eea kind, dat steeds zijn' pUgt
Met lust en vlijt verrigt,
Heeft een gerust gemoed:
£n zulk een kind is goed I
d. Hoedanig een kind zich jegens God
en Zijne dienst te gedragen heeft,
Y. Hoe moet een kind jegens God gezind 1
zijn?