Boekgegevens
Titel: Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Auteur: Jungst, J.P.; Anslijn, N.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme, 1833
Nieuwe uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 751 J 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203951
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Deugden
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zedelijk onderwijs voor kinderen, tot regeling van derzelver gedrag in- en buiten de schoolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 16 —
wat het door weinig; nadenken zelf kon weten,
of niet door het vragen toonen, dat hef achte-
loos of onoplettend geweest is. Zulk vragen ver-
oorzaakt slechts stoornis , en is daarom niet ge-
oorlo^)fd. Ook mag het niet om iets verzoeken,
waarvan het vooraf kan gevoelen, dat het hem
geweigerd moet worden.
5. Van eenige ' ondeugden , waarvoor
een braaf schoolkind zich vooral
•wachten moet. ^
V, Welke kwade gewoonten moet een leerling
vooral zoeken te vermijden?
A. Het onbescheiden tegenspreken, ook de
trotschheid, norschheid, luiheid, onwilligheid,
verachting,' en beleediging van anderen; vooral
het liegen, stelen, schelden , lasteren, dreigen,
slaan, knijpen, stooten , trappen, bij de haren
trekken, en wat dies meer zij.
V. Mag een meester niets van dit alles over
het hoofd zien?
A. Neen: hij is verpligt over alle dergelijke
dingen zijnen leerlingen ernstige vermaningen te
geven.
V. Moet hij hen ook daarvoor straffen?
A. Ja; als het lüt opzettelijke boosheid voort-
komt , en zijne ernstige vermaningen, niets helpen.
V. Waardoor nog al meer doen de kinderen